Dammen

Dammen speel je op een bord van 8 × 8 velden, alleen op de donkere velden. Elke speler begint met 12 schijven op de drie dichtstbijzijnde rijen, en wit begint. Een schijf gaat één veld schuin vooruit.

Je slaat een stuk van je tegenstander door eroverheen te springen naar het vrije veld erachter. Slaan is verplicht en een schijf slaat ook achteruit. Kun je na een sprong opnieuw slaan, dan sla je in dezelfde zet door. Kun je op meer manieren slaan, dan kies je zelf, ook als een andere manier meer stukken zou slaan. Een schijf die de achterste rij van je tegenstander bereikt, wordt een dam, en gebeurt dat tijdens het slaan, dan slaat hij in dezelfde zet als dam door. Een dam gaat en slaat over elke afstand langs een diagonaal en mag na het slaan stoppen op elk vrij veld achter het geslagen stuk. Je wint als je tegenstander geen zet meer kan doen, omdat alle stukken van je tegenstander geslagen of ingesloten zijn. De partij eindigt in remise als de spelers dat afspreken of als ze lang zonder vooruitgang doorgaat.

Houd je schijven bij elkaar, want een losse schijf is makkelijk te slaan. Schijven op je achterste rij voorkomen dat je tegenstander een dam haalt, dus haast je niet om ze te verzetten. Omdat slaan verplicht is, kun je je tegenstander een schijf geven: je tegenstander moet hem slaan en opent daarmee voor jou de weg om er twee tegelijk te slaan.

SpellenRanglijst