Twee spelers laten om de beurt een schijf vallen in een bord met zeven kolommen en zes rijen. Een schijf valt naar de laagste vrije plek in zijn kolom, dus je kiest alleen de kolom. Wie als eerste vier eigen schijven verticaal, horizontaal of schuin op een rij heeft, wint. Raakt het bord vol zonder rij, dan is het gelijkspel.
De regels leer je in een minuut, maar het spel zelf is lastig. De middelste kolom is de waardevolste, want er lopen meer rijen van vier doorheen dan door elke andere. Kijk voor elke zet of je tegenstander drie schijven op een rij heeft met de vierde plek vrij. De zekerste winst komt van twee dreigingen tegelijk, want je tegenstander kan er maar één blokkeren. Omdat je met elke zet de plek direct boven je schijf beschikbaar maakt voor je tegenstander, speel je nooit direct onder een plek waarmee je tegenstander zou winnen. En als een hogere plek jou de winst zou geven, laat de plek eronder dan leeg tot je tegenstander daar moet spelen.