Vermenigvuldigen met negen lijkt moeilijk, maar het is vermenigvuldigen met tien en één keer aftrekken. Negen is tien min één, dus:
7 × 9 = 70 − 7 = 63
Vermenigvuldig het getal met tien en trek het getal zelf ervan af. 4 × 9 is 40 − 4, en dat is 36. 8 × 9 is 80 − 8, en dat is 72.
Voor de getallen van één tot negen kun je het antwoord op twee manieren tegelijk controleren. Het tientallencijfer is altijd één kleiner dan het getal dat je met negen vermenigvuldigt, dus bij zeven begint het antwoord met zes. En de cijfers van het antwoord zijn samen altijd negen: 6 + 3 = 9. Klopt een van beide niet, dan is het antwoord fout.
In de tafels levert de techniek bij negen het meest op, want zonder de techniek moet je elke uitkomst apart onthouden. Als hij eenmaal zit, probeer hem dan in het echte spel.