Twee spelers zetten om de beurt tekens op ruitjespapier. De een tekent kruisjes en begint, de ander tekent rondjes. Een teken mag in elk leeg hokje. Wie als eerste vijf eigen tekens op een rij heeft, verticaal, horizontaal of diagonaal, wint. Zes of meer tekens op een rij winnen ook. Heeft niemand meer ruimte voor vijf tekens op een rij, dan eindigt het spel in remise.
Let net zo goed op de rijen van je tegenstander als op je eigen. Heeft je tegenstander drie tekens op een rij met een vrij hokje aan beide kanten, blokkeer die rij dan meteen, anders wordt het een vier die niet meer te stoppen is. Maak je twee gevaarlijke rijen tegelijk, dan kan je tegenstander er maar één blokkeren. Zet een nieuw teken dicht bij je andere tekens, dan zit het in meerdere rijen tegelijk.