Leestekens

Een leesteken typ je direct na het woord, zonder spatie. Alleen een openingshaakje en een openingsaanhalingsteken schrijf je vast aan het woord dat volgt. Daarom typt de hand de letter en het teken in één beweging, en pas daarna de spatie.

huis,    tijd:    zee-egel

De komma en de punt liggen in de onderste rij, in de kolommen van de rechtermiddelvinger en -ringvinger, en hebben geen Shift nodig. De puntkomma zit op de thuisrij onder de rechterpink, en de dubbele punt is dezelfde toets met de linker Shift. Ook het streepje hoort bij de rechterpink.

Het vraagteken, het uitroepteken en de haakjes hebben ook Shift nodig. De gewone fout daarbij is Shift te vroeg loslaten, zodat het teken zonder Shift verschijnt in plaats van het leesteken.

De apostrof is een dode toets. Op de indeling VS-internationaal typt de apostroftoets niets zolang je de volgende toets niet indrukt, omdat hij ook accenten zet. Voor een losse apostrof druk je daarna op de spatiebalk: apostrof en spatie geeft '. Voor de medeklinker in zo'n en auto's is dat niet nodig, want daar komt geen accent op, maar met de spatie gaat het altijd goed. Hetzelfde geldt voor aanhalingstekens: Shift en de apostroftoets, dan de spatiebalk.

Oefenen

De oefening geeft je woorden met hun tekens eraan vast in plaats van losse tekens, en dat ligt dichter bij echt schrijven.

Lessen blind typen

Inleiding

Basishouding

Letters

Hoofdletters, leestekens en cijfers

Snelheid en nauwkeurigheid

Klahvu