Halveren bij delen

Halveren gaat makkelijk uit je hoofd, en delen door vier en door acht volgt daar bijna zonder extra werk uit.

Door vier is twee keer halveren:

156 : 4 = 78 : 2 = 39

Door acht is drie keer:

216 : 8 = 108 : 4 = 54 : 2 = 27

Dit is het spiegelbeeld van vermenigvuldigen met acht. Daar verdubbel je drie keer, hier halveer je drie keer.

Door vijf gaat het andersom. Vijf is de helft van tien, dus verdubbel en deel daarna door tien:

135 : 5 = 270 : 10 = 27

Als het getal precies deelbaar is door vijf, eindigt het verdubbelde getal op nul, dus delen door tien haalt alleen de laatste nul weg en al het werk is één keer verdubbelen. Hetzelfde idee als op de pagina halveren en verdubbelen, alleen aan de kant van het delen.

Vijftig en vijfentwintig gaan op dezelfde manier via honderd. Vijftig is de helft van honderd, dus verdubbel en deel door honderd. Vijfentwintig is een kwart van honderd, dus vermenigvuldig met vier en deel door honderd:

1700 : 50 = 3400 : 100 = 34

850 : 25 = 3400 : 100 = 34

Oefenen

De oefening mengt alle vijf de delers: 4, 8, 5, 50 en 25. Delen door acht kost drie stappen; de andere elk twee.

Technieken voor hoofdrekenen

Optellen en aftrekken

Vermenigvuldigen

Delen

Controleren

Hoofdrekenen