Als een factor dicht bij een rond getal ligt, vermenigvuldig dan met het ronde getal en corrigeer daarna. Vermenigvuldigen met een rond getal is de tafel met nullen erachter.
19 × 7 = 20 × 7 − 7 = 140 − 7 = 133
En andersom, als de factor boven het ronde getal ligt:
21 × 6 = 20 × 6 + 6 = 120 + 6 = 126
Er zit hier één addertje onder het gras dat afronden bij optellen niet heeft. Bij optellen corrigeer je precies zoveel als je hebt afgerond. Bij vermenigvuldigen corrigeer je met de afstand keer de andere factor, want als een factor met één verandert, verandert het product met de andere factor. Bij 18 × 7 is de correctie geen twee maar 2 × 7, en dat is 14.
Dat is de stap die het vaakst misgaat. Als de afstand één is, is de correctie gewoon de andere factor zelf.
De techniek werkt voor elke factor in de buurt van een tiental of honderdtal, zoals 19, 21, 48 en 98. De oefening vraagt de correctie als aparte stap, want dat is de stap die misgaat.