De diagonaal van de tafels tot en met 9 × 9 bestaat uit negen getallen: 1, 4, 9, 16, 25, 36, 49, 64, 81. Het loont om die apart te leren, want het zijn ankers en elke buurman ligt er één stap vandaan.
Als je een kwadraat kent, kom je bij het product ernaast door op te tellen:
7 × 8 = 7 × 7 + 7 = 49 + 7 = 56
En vanaf de andere kant door af te trekken:
9 × 8 = 9 × 9 − 9 = 81 − 9 = 72
Hetzelfde product kun je op beide manieren bereiken. 6 × 7 is 36 + 6 of 49 − 7, en allebei geven ze 42. Kies het anker dat je het best onthoudt.
De kwadraten zelf volgen een patroon waarmee je een vergeten kwadraat kunt terugvinden: de afstanden tussen opeenvolgende kwadraten zijn de oneven getallen op volgorde. De afstanden tussen 1, 4, 9, 16 en 25 zijn 3, 5, 7 en 9. Als je 49 nog weet, dan is 64 gelijk aan 49 + 15 en 81 aan 64 + 17.
De plekken in de tafels waar de meeste fouten worden gemaakt, liggen rond de kwadraten: 8 × 8, 7 × 8, 7 × 7 en 6 × 7. De oefening vraagt zowel de kwadraten zelf als de producten ernaast, die laatste in twee stappen.