Delingen vereenvoudigen

Het quotiënt verandert niet als je beide getallen door dezelfde factor deelt. Dat levert de luiste techniek voor delen op: maak beide getallen kleiner voordat je ook maar iets uitrekent.

150 : 30 = 15 : 3 = 5

Beide getallen eindigen op een nul, dus streep bij allebei een nul weg. Wat overblijft, komt zo uit de tafels. Eindigen ze allebei op twee nullen, streep er dan bij allebei twee weg: 4200 : 600 = 42 : 6 = 7.

Hetzelfde werkt als de getallen niet allebei op nul eindigen, maar toch een gemeenschappelijke factor hebben:

96 : 12 = 24 : 3 = 8

Allebei zijn ze deelbaar door vier, dus deel ze allebei door vier. Bij 96 : 12 moet je nadenken, 24 : 3 komt zo uit de tafels. De deelbaarheidsregels helpen je om een gemeenschappelijke factor te zien.

Aftrekken heeft een techniek die op precies hetzelfde idee rust: gelijk verschil. Daar verschuif je beide getallen evenveel en verandert het verschil niet; hier deel je beide door dezelfde factor en verandert het quotiënt niet.

Verwar het niet met de deler ontbinden. Daar deel je alleen het deeltal, twee keer na elkaar, en het antwoord verschijnt pas bij de tweede stap. Hier deel je beide tegelijk en is het quotiënt van begin tot eind hetzelfde.

Oefenen

De oefening toont de vereenvoudigde deler en vraagt wat het deeltal wordt. De tweede stap komt dan zo uit de tafels. Bij de helft van de sommen kun je een nul wegstrepen; bij de andere helft deel je beide getallen door dezelfde factor, en de vereenvoudigde deler die je krijgt, vertelt je welke.

Technieken voor hoofdrekenen

Optellen en aftrekken

Vermenigvuldigen

Delen

Controleren

Hoofdrekenen