Elke speler heeft een eigen rooster en zet daar een vloot op. Daarna schieten de spelers op het rooster van de tegenstander: een schot mist of raakt een schip. Wie raakt, mag nog een keer schieten, en de beurt gaat pas naar de tegenstander bij een misser. Als elk vakje van een schip is geraakt, is het schip gezonken. Wie als eerste de hele vloot van de tegenstander tot zinken brengt, wint.
De vloot bestaat uit één schip van vier vakjes, twee van drie, drie van twee en vier van één, en schepen mogen elkaar niet raken, ook niet diagonaal. Schuin naast een treffer ligt dus nooit een schip: schiet erboven, eronder, links of rechts ervan, en zodra een tweede treffer laat zien hoe het schip ligt, ga je verder langs die lijn. Spreid je schoten eerst als je zoekt, bijvoorbeeld op elk tweede vakje in een dambordpatroon, want zo vind je de grote schepen met minder schoten. Aan het eind blijven de schepen van één vakje over, in de lege gaten.