Vermenigvuldigen met elf is vermenigvuldigen met tien en het getal zelf erbij optellen: 34 × 11 is 340 + 34, en dat is 374. Dat werkt altijd, met getallen van elke grootte.
Voor getallen van twee cijfers geeft dit een trucje dat je bijna in één oogopslag doet. Haal de cijfers uit elkaar en zet hun som ertussen:
34 × 11 → 3 (3+4) 4 → 374
Komt de som boven de negen, dan blijft alleen het eenhedencijfer in het midden staan en gaat de 1 naar het linkercijfer:
57 × 11 → 5 (12) 7 → 6 2 7 → 627
Die 1 die je doorschuift, is het enige wat je hier hoeft te leren. Zonder die stap zou 57 × 11 uitkomen op 5127, en alleen al aan de grootte zie je dat dat fout is.
Het trucje is geen aparte regel, maar diezelfde optelling uitgeschreven. In 340 + 34 staan de 3 en de 4 allebei in de kolom van de tientallen, en als ze samen tien of meer zijn, komt precies daar de 1 vandaan die naar de honderdtallen gaat.
De oefening vraagt eerst de som van de cijfers en daarna het hele antwoord. Een 1 doorschuiven is nodig als de cijfers samen tien of meer zijn, en dat is precies de helft van alle getallen van twee cijfers.