Gelijk verschil

Het verschil tussen twee getallen verandert niet als je ze allebei evenveel verschuift. Dat geeft een van de snelste technieken om af te trekken: verschuif beide tot het getal dat je aftrekt rond wordt.

83 − 48 = 85 − 50 = 35

Van 48 is het twee naar het volgende tiental, wat een vriendje van tien je geeft, dus tel bij allebei twee op. Een tiental aftrekken gaat makkelijk uit je hoofd.

Als het getal dat je aftrekt net boven een tiental ligt, verschuif dan beide juist omlaag: 83 − 52 = 81 − 50 = 31. Het verschil blijft gelijk bij een verschuiving naar beide kanten, dus kies het tiental dat het dichtst bij ligt.

Het belangrijkste is wat er niet in zit: een correctie. Bij afronden moet je aan het eind iets weer bijtellen of iets eraf halen, en daar gaat het mis. Hier niet, want het verschil was vanaf het begin hetzelfde.

Denk aan twee punten op een liniaal. Schuif ze allebei even ver naar rechts en de afstand ertussen blijft gelijk. Het verschil is die afstand.

Oefenen

De oefening vraagt drie stappen: hoe ver je verschuift, het verschoven getal waar je van aftrekt, en tot slot het verschil dat je krijgt door een tiental af te trekken. Om die derde stap draait de hele techniek. In elke som ligt het getal dat je aftrekt onder een tiental, dus de verschuiving gaat omhoog en is nooit meer dan vijf.

Technieken voor hoofdrekenen

Optellen en aftrekken

Vermenigvuldigen

Delen

Controleren

Hoofdrekenen